Alle roerende en onroerende goederen, rechten, actiën, credieten en effecten van de onder-danen van vijandelijke mogendheden worden verbeurd verklaard. Pachters, inners, gebruikers, bestuurders en beheerders van confisquabele goederen dienen deze aan te melden bij de lokale overheid, die deze gegevens doorgeeft aan de advocaat-fiscaal van de provincie. Speciaal de lokale ontvangers dienen een lijst op te stellen van renten ten laste van hun "ontvang", die onder deze noemer vallen. Lijsten van confisquabele goederen moeten in handen worden gesteld van met name genoemde ontvangers der confiscatiën (in het_Overkwartier: Louis Caris). Nalatigheid wordt gestraft met een boete. Krachtens deze ordonnantie mogen de ontvangers der confiscatiën en de advocaten-fiscaa1 houders van confisquabel goed dwingen (executeren) om alle revenuen aan hen af te staan en ook alle huurcedullen, rekeningen, akten van scheiding en deling, die op dergelijke goederen betrekking hebben, te tonen. Overdrachten, verkopingen en cessies van actiën worden met terugwerkende kracht tot november 1700 (overlijden Karel II) ongedaan gemaakt, tenzij de contracterende partijen hun goede trouw bewijzen. Een speciaal daartoe te delegeren rechter zal zich in elke provincie buigen over de problemen, die hier mogelijk uit voortvloeien.