Search
2905 items
-
RESOLUTIE (a) AANGAANDE DE AFKONDIGING IN HET OVERKWARTIER VAN HET PLAKKAAT VAN 31 OCTOBER 1695 (b) TERZAKE VAN HET AANGAAN VAN LENINGEN DOOR LOKALE OVERHEDEN
Het plakkaat van 31 october 1695 behelst een verbod aan de lokale overheden onder het ressort van de Generaliteit om zonder permissie van de Staten-Generaal leningen aan te gaan onder verband van de onroerende goederen van de dorpen, heerlijkheden en dergelijke, die zij ambtshalve besturen. Obligaties zonder permissie aangegaan na afkondiging van onderhavige verordening zullen nietig worden verklaard, het geld verbeurd en de lokale overheden persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de schade. De rentmeesters der domeinen kunnen bij geconstateerde overtreding de lokale overheden "paratelijk" en "de plano" executeren. Bedoelde rentmeesters zijn bevoegd inzage te vragen van de gemeenterekeningen en dienen de Raad van State op de hoogte te stellen van elke geconstateerde onrechtmatigheid.Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
PLAKKAAT TERZAKE VAN DE VERHOGING VAN HET PRIJSGELD VOOR COMMISSIEVAARDERS
Het plakkaat behelst een verhoging van de vergoedingen voor het opbrengen van vijandelijke schepen, het bevrijden van gijzelaars en het heroveren van door de vijand opgebrachte eigen schepen zoals vervat in het plakkaat van 6 juni 1702 (GPB 5.300). Alvorens de "ontvanger-generaal van het verhoogde last en veilgeld" tot uitbetaling mag overgaan, moet de belanghebbende hem, naast de "sententie van adjudicatie" (vonnis waarbij het prijsgeld wordt toegewezen), een akte van de Raad ter Admiraliteit tonen, waaruit blijkt dat hij de vereiste periode op de Noordzee heeft gekruist. Per 31 december vervallen de premies voor het opbrengen van Turkse rovers. Ter aanmoediging van de kapers wordt bepaald, dat geënterde schepen eventueel ook in vreemde havens kunnen worden opgebracht. De vereiste bewijsstukken dienen in dat geval in handen te worden gesteld van de consul ter plaatse. Fraude zal daarbij streng worden gestraft. Voor het overige blijft het plakkaat van 6 juni 1702 onverkort.Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
PLAKKAAT TER REGULERING VAN DE HANDEL OP VIJANDELIJKE LANDEN EN TERZAKE VAN CONTRABANDE
(Zee-)handel op de vijand is alleen toegestaan, indien men beschikt over een paspoort van de Staten-Generaal, dat is voorzien van een attachebrief van een der Raden ter Admiraliteit. Het plakkaat behelst bepalingen ten aanzien van de wijze van verkrijgen, de geldigheid en het gebruik van bedoelde paspoorten. Voor wat betreft de rivierhandel zijn de Raden ter Admiraliteit zelfstandig bevoegd om permissie te verlenen. Verder behelst de verordening de omschrijving van goederen, die als contrabande aangemerkt zullen worden en maatregelen om het vervoer van dergelijke artikelen tegen te gaan. Een opsomming wordt gegeven van redenen om schepen op te brengen naar de havens van de Republiek, waarbij het bepaalde in (?1705-07-28_1) terzake van de commissievaart in acht genomen dient te worden. Indien er geschillen voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van deze verordening, zullen die worden berecht door de Raden ter Admiraliteit. Het formulier van een zeebrief is bijgevoegd.Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
PLAKKAAT TERZAKE VAN DE "COMMISSIEVAART" (KAPERIJ)
Het plakkaat geeft een opsomming van de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om een "commissie van retorsie" (kaper\nief) te verwerven. Onder meer moet op het schip een schrijver worden aangesteld door het College ter Admiraliteit. Het salaris van deze schrijver komt ten laste van de ontvanger van het verhoogde last- en veilgeld. <\n> Het plakkaat specificeert welke schepen waar niet mogen worden aangetast. Bij het op\nengen van schepen die contrabande vervoeren, moeten de kapers zich richten naar (?1705-07-28_2).<\n>Ten aanzien van het tot zinken \nengen van vijandelijke schepen en het bevrijden van gijzelaars dienen zij zich te reguleren naar (?1705-07-28_1) en de verordening van 6 juni 1702 (GPB 5.300).De verordening geeft aan de Raden ter admiraliteit instructies, hoe te komen tot een uitspraak omtrent de rechtmatigheid van een kaping. Het College ter Admiraliteit moet wekelijks als prijzengerecht zitting houden. De wijze van procederen in eerste aanleg en revisie wordt eveneens uiteengezet.Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
RENOVATIEPLAKKAAT TERZAKE VAN HET "REVINDICEREN" <\n>(TERUGVORDEREN) VAN SCHEPEN VAN DE KLEINE VISSERIJ
Ter vernieuwing van het plakkaat van 28 fe\nuari 1678 bepalen de Staten-Generaal dat alleen de oorspronkelijk gedupeerde vissers bevoegd zijn tot het aankopen van de kleine vissersschepen, die door de Fransen zijn buitgemaakt en hier te koop worden aangeboden. Zij kunnen "zonder refusie van kosten" beslag laten leggen, zodra zij hun eigendom binnen de Republiek signaleren.Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
Bevel aangaande de publicatie van de plakkaten van 13 februari 1701 (b), 12 april 1701 (c) en 28 december 1701 (d) ter zake van de uitvoer van paarden
(b) De verordening van 13 fe\nuari behelst een algemeen verbod van de uitvoer van paarden. Overtreders riskeren een boete en confiscatie van de paarden. Zij kunnen, indien zij niet op heterdaad worden betrapt, ook achteraf nog worden vervolgd. <\n>(c) Het plakkaat van 12 april beoogt een meer effectieve belemmering van de uitvoer van paarden. Het vervoer van paarden in de grensstreken wordt gebonden aan een vergunningenstelsel. Paspoorten met bijbehorende attache\nief zijn verkrijgbaar bij de Colleges ter Admiraliteit. Opzettelijke overtreding van de voorschriften kan tot drie jaar na dato worden gestraft met de galg. Om nachtelijke overschrijding van de rivieren tegen te gaan, moeten de officieren van convooien en licenten veerponten en dergelijke 's nachts aan de ketting leggen. Veerlieden die paarden zonder paspoorten overzetten, riskeren geseling en een \nandmerk. In de grensstreken mogen geen paarden worden gestald buiten de ommuurde steden. Ontheffing kan worden verleend voor ploeg-, rij- en trekpaarden, mits zij zijn geregistreerd op het plaatselijke kantoor van convooien en licenten. De admiraliteiten zullen van tijd tot tijd door hun officieren met behulp van de militie de schuren ten plattelande laten visiteren. Overtredingen van het reglement moeten worden berecht door het College ter Admiraliteit waaronder de plaats van overtreding ressorteert. Om te voorkomen dat de baten van de verkoop van de geconfisqueerde paarden te zeer gedrukt worden door de kosten van onderhoud, wordt bepaald dat zij onmiddellijk ad opus ius habentium verkocht zullen worden. <\n>(d) Het plakkaat geeft een aanvulling van de verordeningen van 13 fe\nuari en 12 april 1701 (? 1703-01-02) terzake van de uitvoer van paarden. Om het rendement van beide verordeningen te vergroten wordt bepaald, dat in de Generaliteitslanden de "calange" (het aanhangig maken) van de confiscatie van paarden niet alleen mag geschieden door de advocaten-fiscaal van de Colleges ter Admiraliteit, maar door alle andere officieren van justitie ten overstaan van schepenen als gedelegeerde rechters, met appel op de Raad van State. "Reclame" (terugvordering) van door militairen in beslag genomen paarden kan geschieden bij de krijgsraad van het desbetreffende garnizoen, of bij de Raad van State. Alvorens paarden worden geveild, moeten zij in bewaring worden gegeven bij de auditeur-militair. De rechtspleging in deze materie zal geschieden "bij korte en peremptoire termijnen".Plaats van uitvaardiging: Roermond -
ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE BETALING VAN HAND- EN SPANDIENSTEN AAN HET LEGER
De kosten van dienstverlening aan militairen mogen niet morgentalsgewijs worden omgeslagen om zo ten laste te worden gebracht van de grondeigenaren, maar zij moeten hoofdelijk worden omgeslagen over de ingezetenen. Het plakkaat van de Staten-Generaal van 31 october 1695 (?1705-04-29)( GPB 4.1198) zal daartoe nogmaals worden gepubliceerd in het Overkwartier. Het is verboden om bij de omslag van bede, subsidie en "onraedt" zonder consent van de Staten-Generaal af te wijken van de gewone voet. Voor de betaling van hand- en spandiensten zal men zich richten naar (?1704-04-11); voor het omslaan van de contributiën naar de resolutie van de Raad van State van 16 october 1703; en naar het plakkaat van 31 october 1695 (zie boven) voor wat betreft het omslaan der interesten.Plaats van uitvaardiging: Roermond -
RENOVATIEPLAKKAAT TERZAKE VAN HET REVINDICEREN VAN SCHEPEN DER "GROTE VISSERIJ"
De werking van het plakkaat van 28 februari 1678 en van (?1705-10-22), terzake van het gerechtelijk terugvorderen van door de vijand in beslag genomen en in de Republiek te koop aangeboden schepen van de "kleine visserij", wordt uitgebreid tot de schepen van de "grote visserij" (haringvangst).Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
PUBLICATIE TERZAKE VAN DE INTREKKING VAN DE RETORSIONELE PLAKKATEN DER STATEN-GENERAAL VAN 29 JUNI EN 14 OCTOBER 1699
Naar aanleiding van het herstel van (?1680-12-21), een voor de Republiek gunstig douanetarief, in dat deel van de Spaanse Nederlanden, dat althans in naam onderworpen is aan het gezag van Karel III, worden voor dat deel van de Zuidelijke Nederlanden de plakkaten van 29 juni en 14 october 1699 (GPB 4.233, 234), die een invoerverbod behelzen van Spaanse manufacturen en gewassen, opgeheven.Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
PUBLICATIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN PAARDEN
Het uitvoerverbod van paarden, zoals vervat in de plakkaten van 13 februari, 12 april en 28 december 1701 (zie: (?1702-12-16) en (?1703-01-02)) komt te vervallen. De uitvoer van paarden wordt weer gepermitteerd tegen betaling van een heffing van zes gulden voor elk paard, dat geen veulen meer is.Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
Bevel aangaande de publicatie van het verdrag van 30 september 1706 ter zake van de contributies
Het verdrag tussen de koning van Frankrijk en de Staten-Generaal van de Verenigde Provinciën behelst de voorwaarden waarop de contributies in de bezette gebieden van de Spaanse Nederlanden zullen worden geïnd. De artikels V en XVII behandelen de condities van inning in het Staats-bezette Overkwartier.Plaats van uitvaardiging: Roermond -
RESOLUTIE(a) VAN DE STATEN-GENERAAL AANGAANDE DE AFKONDIGING IN HET OVERKWARTIER VAN EEN PLAKKAAT TERZAKE VAN VAGEBONDEN(b)
Onder verwijzing naar hun plakkaat van 20 october 1693 (GPB 4.507), verplichten de Staten-Generaal alle overheden en particulieren om rovers en vagebonden, militairen en niet-militairen, over de grenzen van hun jurisdictie heen te vervolgen en ze over te leveren aan de justitie in het ressort van arrestatie. De officier, belast met het in verzekerde bewaring houden van de aangehouden vagebonden, is persoonlijk aansprakelijk voor de schade voortvloeiend uit een eventuele ontsnapping. De bevolking dient bij geconstateerde aanwezigheid van vagebonden bij klokslag te worden gealarmeerd. Degenen die dit signaal negeren, zullen als "fauteurs" (begunstigers) van vagebonden worden gestraft. Zij zijn aansprakelijk voor de aangerichte schade. In afwachting van het definitieve schadeverhaal moet de schade door de wethouders hoofdelijk over de ingezetenen worden omgeslagen. Een vagebond, die zich tegen zijn aanhouding verzet, mag worden gedood, zonder dat men zich daarvoor in justitie zal hoeven verantwoorden. Het is verboden vagebonden te huisvesten, te voeden of te kleden. Bedreiging ontslaat ingezetenen niet van de verplichting vagebonden bij de autoriteiten aan te geven. De Staten-Generaal stellen zich garant voor de vergoeding van de schade, ten gevolge van eventueel geëffectueerde bedreigingen. De rentmeester ter plaatse zal een beloning uitkeren per gevangen of gedode vagebond, te verhalen op de gerede goederen van de onderhavige vagebond. De officieren moeten summier en zonder figuur van proces tegen vagebonden procederen. Bij veroordeling moeten zij worden verbrand of geradbraakt. Op het "composeren" (het treffen van een schikking) met vagebonden staat de doodstraf.Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
RESOLUTIE TERZAKE VAN DE INNING VAN BEDE, SUBSIDIE EN "ONRAEDT" EN TERZAKE VAN HET VERHALEN VAN OORLOGSLASTEN EN DE KOSTEN VAN BUITENLANDSE PROCESSEN
De Staten-Generaal verklaren, dat (?1680-02-01) en (?1682-09-12) zullen blijven dienen als basis voor de belastinginning in het Overkwartier. Haar Hoog Mogenden bepalen tevens, onder verwijzing naar haar resolutie van 31 october 1695 (?1705-04-29), alsmede onder verwijzing naar (?1704-07-07), dat zonder haar goedkeuring geen oorlogslasten, noch de kosten van buitenlandse processen, via een omslag op onroerend goed op de ingezetenen mogen worden verhaald.Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
RESOLUTIE EN REGLEMENT TERZAKE VAN DE INKWARTIERING VAN PRUISISCHE TROEPEN IN HET OVERKWARTIER
Het reglement geeft zeer specifieke voorschriften voor de huisvesting, voeding en verwarming van Pruisische soldaten en officieren, die in het (Staats-bezette) Overkwartier worden gelegerd. De inwoners van het Overkwartier hebben recht op een vergoeding, die volgens een bepaalde verdeelsleutel dient te worden betaald door Engeland, de Republiek en door Pruisen zelf. Het onderhoud dient alleen te worden betaald voor "effectieve" soldaten. "Vuur en brandt" moet volgens de werkelijke kostprijs worden vergoed. Officieren mogen geen karren en diensten vorderen. Zij mogen niet jagen. De resolutie zal worden toegezonden aan de gevolmachtigd minister van de Pruisische koning, Smettau, aan het Hof van Gelre en aan de vestingcommandanten van Roermond en Venlo. Indien de Pruisen niet met de onderhavige resolutie accoord gaan, "houden en blijven" HHM bij hun resolutie van 17 november 1706 (RSG 1706.1278).Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
RESOLUTIE TERZAKE VAN DE BESTRIJDING DER KOSTEN DIE DE INKWARTIERING VAN PRUISISCHE TROEPEN IN HET OVERKWARTIER MET ZICH BRENGEN
De kosten van de winterkwartieren voor Pruisische troepen zullen, indien ze de krachtens (?1707-01-20/1) toegezegde vergoedingen te boven gaan, bestreden worden uit de personele schattingen van het Overkwartier. Indien deze middelen niet toereikend zijn, zal een reële omslag worden uitgeschreven.Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
Bevel aangaande de publicatie van het plakkaat van 16 maart 1696* ter zake van het onderhoud van wegen, sloten en waterlopen
Het plakkaat van 16 maart 1696 beoogt een meer effectieve naleving te verzekeren van de bepalingen aangaande het periodiek onderhoud van wegen en waterlopen, zoals vervat in GLS 2.5.7.28-31 en (? 1673-06-26). Daarom worden sancties verzwaard voor de officieren, die met het toezicht op de werkzaamheden zijn belast. Indien zij eventuele boeten niet binnen twee maanden innen, vervallen die geheel aan de ontvanger der exploiten. <\n>Elk voor- en najaar moeten zij een beëdigde verklaring opmaken, waaruit blijkt dat het onderhoud der wegen naar behoren is gebeurd. Elke daarna nog geconstateerde onvolkomenheid komt ze te staan op een boete van twaalf goudgulden.Plaats van uitvaardiging: Roermond -
RENOVATIE- EN AMPLIATIEPLAKKAAT TERZAKE VAN DE VERVREEMDING EN HET ONEIGENLIJK GEBRUIK VAN BIER- EN AZIJNVATEN
De verordening stelt een boete van vijftig caroli-gulden op het niet terugbrengen van lege vaten aan de brouwer, wiens merk op het vat is aangebracht. Deze boete is ook van toepassing op een keur van andere delicten, waarbij van vaten misbruik wordt gemaakt. De gezamenlijke brouwers mogen, wanneer de frequentie der overtredingen daartoe aanleiding geeft, op eigen kosten een persoon aanstellen om de overtreders te "calangeren" (aan te klagen) voor de competente rechtbank.Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
RENOVATIE- EN AMPLIATIEPLAKKAAT TERZAKE VAN DE UITVOER VAN HARINGTONNEN, DUIGEN, "HALFTVATEN" EN KRUISWANT
De Staten-Generaal verbieden de uitvoer van benodigdheden voor de "grote visserij" (haringvangst), op straffe van confiscatie van haringtonnen, duigen, halftvaten en kruiswant, alsmede van het schip, waarmee deze goederen worden geëxporteerd. Bovendien riskeert de overtreder een boete die na elke overtreding wordt verdubbeld.Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
PLAKKAAT TERZAKE VAN FRANSE MUNTBILJETTEN EN WISSELBRIEVEN MET EEN LOOPTIJD VAN ÉÉN JAAR
De Staten-Generaal verbieden het accepteren van "billets de monnoye" en het "trekken", "accepteren" en "nemen" van wisselbrieven met een looptijd van één jaar. Slechts wissels op Frankrijk met een looptijd van drie maanden, betaalbaar in Franse kronen of écus blancs à zestig stuivers volgens het tarief van 1685, of in baar goud volgens hetzelfde tarief, zijn geoorloofd. Een uitzondering wordt gemaakt voor wissels getrokken op Lyon, die traditioneel op de jaarmarkt vervallen. Leningen ten behoeve van de Franse oorlogsinspanningen zijn verboden. Notarissen en makelaars, die zich inlaten met transacties met muntbiljetten of wisselbrieven op Frankrijk, riskeren het verlies van hun ambt en arbitrale correctie. De stedelijke overheden dienen de plaatselijke bankiers en wisselaars speciaal van deze verordening te verwittigen.Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
PLAKKAAT TERZAKE VAN HET AANMONSTEREN VAN ZEELIEDEN IN DIENST VAN VREEMDE MOGENDHEDEN
De Staten-Generaal verbieden zeelieden uit de Republiek om aan te monsteren bij buitenlandse oorlogs- en handelsmarines, of bij de visserij, waaronder begrepen de walvisvaart. Het plakkaat beoogt de "revocatie" van al degenen, die in vreemde dienst varen. Weigering aan deze oproep gehoor te geven zal worden gestraft aan lijf en goed. Zij die zich aan de handen van de justitie weten te onttrekken, worden bij verstek verbannen. In een dergelijk geval zullen hun vrouw en kinderen voor zover metterwoon in de Republiek gevestigd uit hun woonplaatsen worden verdreven en verstoken blijven van elke vorm van onderstand door aalmoezeniers of diaconieën. Het ronselen van zeelieden voor vreemde mogendheden, of het optreden als makelaar daarbij, wordt gestraft met een boete van driehonderd gulden.Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
PLAKKAAT TERZAKE VAN DE UITVOER VAN GEREED GELD
De Staten-Generaal verbieden de uitvoer van gereed geld, goud en zilver op straffe van confiscatie en een boete van drieduizend gulden. Van deze maatregel zijn uitgezonderd de negotiepenningen, die ten behoeve van de V.O.C. worden verzonden, of die bestemd zijn voor de Moscovische handel, de Oostzeehandel, of de handel op Noorwegen. Gelden bestemd voor de betaling van de Staatse troepen in de Zuidelijke Nederlanden vallen evenmin onder het verbod.Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
PLAKKAAT TERZAKE VAN DE WIERCULTUUR IN DE ZUIDERZEE
De Staten-Generaal verbieden het vissen van wier met de "elger" (getande vork, waarmee de bodem wordt omgewoeld, ook gebruikt voor het vissen op paling) op straffe van een boete van honderd gulden en confiscatie van vaartuig en gereedschap. Overmatige bevissing bedreigt de wiergronden in het Breesant en voor de kust van Kolhorn en Aartswoud. Hierdoor wordt de levering van zeewier, dat gebruikt wordt bij de aanleg van zeeweringen, voor de toekomst onzeker.Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
GENERAAL PARDON VOOR MILITAIREN, UIT 'S LANDS DIENST GEDESERTEERD
Deserteurs die zich vóór 15 juni wederom bij hun onderdeel aanmelden, zullen niet worden gestraft. Militairen die dienst hebben genomen in een ander onderdeel dienen zulks bekend te maken. Na 15 juni zullen deserteurs weer naar de letter van de plakkaten met de dood worden gestraft. Het is militaire officieren verboden om deserteurs onderhands te pardonneren.Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
PLAKKAAT TERZAKE VAN DE LEVERING VAN LEVENSMIDDELEN AAN VLAAMSE STEDEN ONDER FRANSE BEZETTING
De Staten-Generaal verbieden de levering van levensmiddelen aan Gent en Brugge en andere Vlaamse steden, die door de Fransen bezet zijn, op straffe van confiscatie van de levensmiddelen, de vervoersmiddelen en een boete van driehonderd gulden. Alle militaire en burgerlijke officieren mogen dergelijke transporten in beslag nemen. Al naar gelang van de kwaliteit van de officier die de aanhouding verricht, zullen de Raden ter Admiraliteit, de krijgsraden te velde, dan wel de gewone burgerlijke rechter, de rechtmatigheid van de inbeslagname beoordelen. Alle paspoorten voor het vervoer van levensmiddelen naar Gent en Brugge worden ingetrokken.Plaats van uitvaardiging: Gravenhage -
NADER-PLAKKAAT TERZAKE VAN DE LEVERING VAN LEVENSMIDDELEN AAN VLAAMSE STEDEN ONDER FRANSE BEZETTING
De Staten-Generaal verscherpen (?1708-10-24). Naast levensmiddelen wordt thans ook de levering van krijgsvoorraad verboden. De straffen worden aanzienlijk verzwaard. Boven de al bedreigde straffen kan een boete worden opgelegd ter hoogte van viermaal de waarde van de contrabande; de overtreder wacht als vijand van de staat bovendien nog de doodstraf. Officieren die een schikking treffen met de overtreder zullen infaam verklaard worden, verliezen hun functie en riskeren arbitrale correctie. De aanbrenger van een overtreding tegen deze verordening wacht een beloning van duizend gulden.Plaats van uitvaardiging: Gravenhage























