• ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    Ter aanvulling van de gereduceerde hoeveelheid pasmunt, die sedert de afkondiging van (?1750-07-01) in het Overkwartier circuleert, zullen in deze provincie Brabantse munten van vijf en van twee-en-een-halve stuiver, geslagen te Antwerpen of Brugge, in omloop worden gebracht tegen achtentwintig, respectievelijk veertien Luikse oorden.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    Het Hof van Gelre reguleert de koers van plaquetten of blamusers van Luik à zestien Luikse oorden, op straffe als bedreigd tegen overtredingen van (?1749-09-19_1).
    Plaats van uitvaardigingRoermond
  • PROVISIONELE ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    De verordening beoogt een einde te maken aan speculatie met plaquetten en blamusers die als "scheidemunt" of winkelgeld worden gebruikt. Onder verwijzing naar (?1749-10-18) wordt verboden betalingen te verrichten in gereed geld, onder bijvoeging van meer dan tien procent pasmunt, op straffe van confiscatie der betaalmiddelen en een boete. Agiotage en woeker zullen arbitrair worden gestraft. De bepaling omtrent de betaling met pasmunt gaat terug op (?1749-09-19_1).
    Plaats van uitvaardigingRoermond
  • PROVISIONELE ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    Het Hof van Gelre verklaart, dat in afwijking van (?1749-09-19_1), dukaten geen koers zullen hebben à 16 schellingen, 5 stuivers Brabants met een remedie van twee stuiver wissel per aas, maar à 17 schellingen met een remedie van twee stuiver Roermonds per aas.
    Plaats van uitvaardigingRoermond
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    Bij wijze van eigenmachtige aanvulling op (? 1749-09-19_1) bepaalt het Hof van Gelre, dat aangezien in het Overkwartier de nieuwe Brabantse oorden geen koers hebben, alle tot op heden toegelaten pasmunt in circulatie mag blijven. Deze additionele ordonnantie moet aansluitend aan (?1749-09-19_1) worden voorgelezen.
    Plaats van uitvaardigingRoermond
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DOOP-, TROUW- EN BEGRAFENISREGISTERS

    Onder verwijzing naar art. 20 van het Eeuwig Edict van 1611 (PB 4.517), gelast het Hof van Gelre aan de wethouders van het Oostenrijks Overkwartier dubbelen bij te houden van de doop-, trouw- en begrafenisregisters der parochies. Zij moeten eventuele door inobservantie ingeslopen verzuimen herstellen. De griffiers en secretarissen zullen zich ambtshalve met deze taak moeten belasten.
    Plaats van uitvaardigingRoermond
  • AKTE TERZAKE VAN DE INSTELLING VAN DE "JOINTE COMMISE PROVISIONELLEMENT AU GOUVERNEMENT-GENERAL DES PAYS-BAS"

    Teneinde het bestuurlijk vacuum te vullen dat ontstaat door het vertrek van graaf Batthyany die benoemd is tot "ayo" of gouverneur van Joseph II stelt Maria Theresia een regeringsjunta in, die de taken van gevolmachtigd minister en landvoogd zal vervullen, totdat Karel van Lotharingen deze weer op zich kan nemen. Tot leden van de junta worden benoemd: de hertog van Aremberg, commandant-generaal; Steenhault, hoofdvoorzitter van de Geheime Raad; markies De Herzelles, superintendant en directeur-generaal van financiën; Schockaert, kanselier van de Raad van Brabant; en Henri Crumpipen, secretaris van staat en oorlog. De bevoegdheden van de junta komen overeen met die, zoals opgesomd in de patenten van de landvoogden en gevolmachtigd ministers.*
    Plaats van uitvaardigingWenen
  • RESOLUTIE TERZAKE VAN HET ONTVREEMDEN VAN SCHANSKORVEN, FAGOTTEN EN ANDER GEKAPT HOUTWERK

    Het Hof van Gelre verbiedt het ontvreemden van schanskorven, fagotten (takkebossen) en ander gekapt houtwerk uit de kampementen van Hare Majesteits troepen in de omgeving van Roermond, op straffe van een boete van twintig ducatons en confiscatie van paarden, karren en wagens. De resolutie zal in Roermond "met den hoiren worden omgeblasen" en zowel in de stad als ten plattelande worden gepubliceerd.
    Plaats van uitvaardigingRoermond
  • REGLEMENT (MILITAIR) TERZAKE VAN HET LOGEMENT VAN OFFICIEREN TE ROERMOND

    Het reglement heeft betrekking op de formaliteiten die in acht genomen moeten worden bij de inkwartiering van officieren te Roermond. Officieren, die behandeld worden in het militair hospitaal, moeten een biljet overleggen van de luitenant-kolonel die toezicht houdt op het hospitaal. Officieren, die voor dienstzaken in de stad verblijven, moeten beschikken over een biljet van de gevolmachtigde minister of van de hoofd-krijgs- commissaris Pfanzeler.
    Plaats van uitvaardiginghoofdkwartier te Mesch
  • REGLEMENT (MILITAIR) VOOR HET MILITAIR HOSPITAAL TE ROERMOND

    Het Oudemannenhuis en de fabriek op de Schuitenberg worden aangewezen als militair hospitaal. Indien deze gebouwen te klein zullen blijken te zijn, is de Erfvoogdij* aan de beurt. Daarna volgen zeventien huizen aan de Schuitenberg. Deze gebouwen dienen voor de opvang van zieken. Invaliden en herstellenden worden bij particulieren ondergebracht. Op een bijlage wordt aangegeven welke uitrusting voor het Hospitaal gerequireerd wordt. De geneesheren en directeurs van het militair hospitaal dienen bier en levensmiddelen binnen de stad te betrekken. Het hospitaal geniet krachtens een speciale overeenkomst reductie van de stedelijke belastingen (conventie van 13 augustus 1747; als bijlage bij het reglement gevoegd).
    Plaats van uitvaardiginghoofdkwartier te Mesch
  • REGLEMENT (MILITAIR) TERZAKE VAN DE KRIJGSMAGAZIJNEN TE ROERMOND

    Het reglement behelst een overzicht van te vorderen gebouwen en van de hoeveelheden levensmiddelen die erin moeten worden opgeslagen. De gebouwen moeten in volgorde van opsomming worden gevorderd, telkens zodra het vorige gevuld is. De "magaziniers" dienen zich ter verkrijging van de nodige biljetten op voet van (?1676-11-13) te wenden tot de magistraat van Roermond. Bij het ontruimen van de gebouwen zal de omgekeerde volgorde in acht worden genomen: de laatst gevorderde het eerst. De burgemeester van Roermond heeft toegang tot de magazijnen. Op zijn aanwijzingen moeten voorraden desgewenst worden verplaatst. De directeur der magazijnen dient erop toe te zien, dat geen meel uit de magazijnen wordt verkocht aan de plaatselijke bakkers, ten detrimente van de stedelijke belastingen. Teneinde fraude te voorkomen, wordt een speciale procedure voorzien voor de levering van graan en meel, bestemd voor de magazijnen, maar dat nog eigendom is van handelaren. Ook de uitgifte van graan uit de magazijnen en het malen ervan wordt met waarborgen omhuld. De stedelijke commiezen der imposten zijn bevoegd wagens en karren te inspecteren. De Roermondse zakkendragers hebben het monopolie van het vervoer van graan, dat nog eigendom is van handelaren.
    Plaats van uitvaardiginghoofdkwartier te Mesch
  • REGLEMENT TERZAKE VAN DE WINTERKWARTIEREN VAN DE TROEPEN VAN HARE MAJESTEIT DE KONINGIN VAN GROOT BRITTANIË EN VAN HAAR HOOG MOGENDEN IN DE ZUIDELIJKE NEDERLANDEN

    Het oogmerk van het reglement is de bewoners van het platteland zoveel mogelijk van militaire overlast te vrijwaren. Het reglement behelst bepalingen ten aanzien van het onderhoud van de opperbevelhebber en andere commandanten. Onder meer wordt bepaald, dat een officier die meerdere functies bekleedt slechts éénmaal en wel voor zijn hoogste functie aanspraak kan maken op vergoeding van zijn kosten van levensonderhoud. Om te voorkomen dat vergoeding wordt gegeven door fictieve soldaten, wordt aan de officieren voor het onderhoud van hun compagnie slechts negen-tiende van het benodigde bedrag betaald: volledige betaling geschiedt pas achteraf.* De militairen dienen genoegen te nemen met de kazerne, hun toegewezen op grond van het reglement van 1698 (PB 7.241). Officieren mogen geen stallen vorderen voor niet-dienstpaarden. Geen vergoeding wordt gegeven voor het onderhoud van vrouwen en knechten. Gedurende de eerste vijf maanden van het winterkwartier ontvangt elke soldaat anderhalve pond; gedurende de rest van zijn verblijf één pond.** Wachtcommandanten, hun officieren of soldaten, mogen niets eisen van passanten. Alleen opperofficieren genieten vrijdom van de lokale imposten en accijnzen. Hoofdwachten en kleine wachtposten moeten worden voorzien van kolen en kandelaars. Een tarief completeert de verordening.***
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • AANVULLEND REGLEMENT TERZAKE VAN DE WINTERKWARTIEREN VAN GEALLIEERDE TROEPEN IN DE OOSTENRIJKSE NEDERLANDEN

    Het reglement is overeengekomen tussen de gevolmachtigd minister, graaf van Kaunitz, en de geallieerde opperbevelhebber, de hertog van Cumberland. Het reglement treedt ten dele in de plaats van het reglement van 2 april 1711 (?1745-11-03_2), dat overigens van kracht blijft, en vult het aan. De officieren van de generale staf en andere opper-officieren ontvangen een tegemoetkoming in geld, ter bestrijding van de kosten voor vuur en licht. Bij het huren van huizen moet de magistraat hun behulpzaam wezen en prijsopdrijving voorkomen. De magistraat ziet ook toe op de levensmiddelenprijzen. Officieren van het garnizoen van de citadel van Antwerpen moeten met half geld genoegen nemen. Officieren die niet worden genoemd in het tarief van 1711 worden betaald volgens bijgaand tarief. Gewone soldaten ontvangen een vergoeding, geproportioneerd aan de strengheid van het seizoen. Per kamer hebben zij dagelijks recht op kaarsen of lampolie. Voor inkwartiering op het platteland gelden andere regels: de vergoeding bedraagt één-derde van wat in de stad gebruikelijk is. Iedere militair dient te beschikken over een biljet van inkwartiering, af te geven door de wethouders. Zij dienen met weinig genoegen te nemen: al het meerdere dat zij vorderen zal met hun soldij worden verrekend. Vuur en licht delen zij met de bewoners van het huis. Zij mogen geen karren of veevoer vorderen, noch brandhout hakken.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN EEN BESMETTELIJKE ZIEKTE ONDER HET HOORNVEE

    Onder verwijzing naar (?1744-10-01) worden aanvullende maatregelen getroffen ter bevordering van het herstel van de veestapel wanneer de epizoötie in de Zuidelijke Nederlanden voorbij zal zijn. Alle uitvoer van hoornvee wordt verboden, evenals het slachten van kalveren. De raden-fiscaal en rechterlijke officieren dienen op de naleving van beide ordonnanties toe te zien.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • REGLEMENT TERZAKE VAN DE VERPLICHTINGEN VAN CONTROLEURS EN ONTVANGERS VAN IN- EN UITGAANDE RECHTEN (RAAD VAN FINANCIËN)

    De landvoogd vermaant de controleurs van in- en uitgaande rechten om de verplichtingen, vervat in het reglement van 26 november 1735 (PB 10a. 623), strikt na te leven. De controleurs van de principale bureaux moeten maandelijks de ontvangstrollen van de subalterne ontvangers inspecteren. Het reglement geeft voorschriften over de procedure die daarbij moet worden gevolgd. De controleurs kunnen aansprakelijk worden gesteld voor niet gecorrigeerde tekorten in de rekeningen der subalterne ontvangers. De controleurs van de subalterne kantoren zijn samen met de ontvangers van die kantoren aansprakelijk voor tekorten die door de controleur van het hoofdkantoor worden ontdekt. De verordening geeft tevens voorschriften over de wijze waarop controleurs en ontvangers aantekening moeten houden van de plakkaten en ordonnantiën van in- en uitgaande rechten die zij ontvangen.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE OPZEGGING VAN DE CONVENTIE VAN QUIEVRAIN

    Het verdrag terzake van de wederkerige uitwisseling van deserteurs tussen de keizer, Frankrijk en de Republiek wordt ongedaan gemaakt. Dit geldt zowel voor de oorspronkelijke conventie, aangegaan tussen de keizer, Frankrijk en de Republiek ( 1718-04-21), als voor de conventie die alleen gold tussen de keizer en de Republiek ( 1742-06-20).
    Plaats van uitvaardigingRoermond
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN GRAAN

    Het uitvoerverbod van graan en levensmiddelen, zoals vervat in (?1740-10-26) wordt opgeheven. Alleen ten opzichte van Luik blijven de restrictieve maatregelen van kracht.
    Plaats van uitvaardigingRoermond
  • REGLEMENT VOOR STAD EN BUITENIE VAN WEERT

    Stad en Buitenie van Weert worden tot één gemeente samengevoegd, zoals vóór 1589. De gemeente heeft twee burgemeesters, jaarlijks uit de gebruikelijke voordracht aan te wijzen door de heer van Weert. De een fungeert als binnenburgemeester der stad; de ander als buitenburgemeester der Buitenie. De gemeente telt zeven schepenen: drie uit stad en Buitenie elk, één uit de Voorpoorten van Weert. Verder zijn er acht raden, altijd één uit de Voorpoorten en alternerend drie dan wel vier uit stad en Buitenie elk. De helft van de armenmeesters en kerkemeesters wordt benoemd door de stad; de andere helft door de Buitenie. De functies van de regenten van de Buitenie en van hun boekhouder worden opgeheven. Het reglement heeft betrekking op de inning van accijnzen en imposten, het afhoren van de burgemeestersrekeningen, de samenvoeging van de fondsen van stad en Buitenie, de gezamenlijke aflossing van de gemeenschappelijke schulden, aangegaan vóór 1589 en de separate aflossing van de schulden door stad en Buitenie afzonderlijk tussen 1589 en 1740 aangegaan. Het wordt de gemeente verboden zonder octrooi nieuwe obligaties aan te gaan. Bede en contributies moeten volgens de oude matrikel van het Land van Weert worden omgeslagen. Een overzicht van de achterstallige betalingen moet worden opgesteld. De archieven van stad en Buitenie moeten worden samengevoegd en zullen voortaan op het stadhuis worden bewaard. De opbrengsten der accijnzen worden als vanouds bestemd voor het onderhoud van wegen en bruggen. De overschotten moeten worden besteed ter delging van de openstaande schulden van vóór 1589. De accijnzen worden met het oog daarop verhoogd. Het reglement specificeert de bedragen die voortaan, op straffe van boete, bij wijze van accijns op bier, brandewijn, wijn en dergelijke zullen moeten worden opgebracht door brouwers, herbergiers en particulieren. Om fraude te voorkomen moeten de brouwersketels en de distilleerinrichtingen worden geijkt. Karrevoerders mogen geïmporteerd bier niet ontladen zonder permissie van de lokale overheid. Alvorens de brouwers het vuur onder hun ketels ontsteken, moeten zij eveneens de magistraat verwittigen. Alleen de schout en de prior van de reguliere kanunniken van Onze Lieve Vrouw genieten exemptie van accijnzen en imposten. Alvorens de wethouders zich op kosten van de gemeente in processen verwikkelen, moeten zij het advies inwinnen van drie door de kanselier van het Hof van Gelre aan te wijzen advocaten. Om de kosten van deputaties naar Brussel te drukken, wordt bepaald dat voor dergelijke bezendingen permissie nodig is van de hoofd-voorzitter van de Geheime Raad. Zijne Majesteit behoudt zich de interpretatie van het reglement nadrukkelijk voor.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN GRAAN

    Het uitvoerverbod zoals vervat in de verordening van 28 november 1739 (ROPBa 3.5.362) en (?1740-05-28) wordt beperkt. Alleen voor de uitvoer van graan naar het prinsbisdom Luik blijft het verbod gehandhaafd.
    Plaats van uitvaardigingRoermond
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN RAAPZAAD, KOOLZAAD EN ANDERE OLIEHOUDENDE ZADEN

    In verband met de dreigende schaarste aan olie, ten gevolge van een door vorstschade veroorzaakte schrale oogst, wordt de uitvoer van zaden waaruit olie bereid kan worden verboden.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • REGLEMENT VAN DE RAAD VAN FINANCIËN TERZAKE VAN DE TRANSITO-HANDEL IN INDISCHE WAREN NAAR HET DUITSE RIJK

    Het reglement geeft voorschriften voor de doorvoer van Indische waren die worden aangeland te Oostende. De voorschriften hebben onder meer betrekking op de inklaring der goederen, het entrepôt, paspoorten, acquitten en dergelijke meer. De kantoren van Tienen, Oostmaal en Roermond worden aangewezen voor de uitklaring der koloniale waren bestemd voor het Duitse Rijk.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE VAN DE RAAD VAN FINANCIËN TERZAKE VAN DE EXEMPTIES VAN GRENSBEWONERS

    De landvoogdes, Maria Elisabeth, verklaart dat de bewoners der geënclaveerde gebieden ongestoord in het genot gelaten moeten worden van de exemptie van in- en uitgaande rechten, die hun krachtens de recopilatie van 15 november 1697 (?1680-12-21, noot) en krachtens de beschikking van 14 augustus 1679 (PB 10a. 138) is gepermitteerd, mits de naburige vorsten wederkerig aan de onderdanen van Zijne Majesteit in vergelijkbare omstandigheden dezelfde gunst toestaan.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN BRANDPREVENTIE EN TERZAKE VAN DE OPENBARE ORDE

    (?1729-01-24) ten vervolge, verbieden kanselier en raden de bewoners van Cruchten, Wegberg en Brempt om zich met brandende tabakspijpen op straat te begeven of brandbaar materiaal te laden en te lossen. Het schieten met snaphanen in de nabijheid van huizen en het weggooien van niet gebluste as wordt eveneens verboden. Op overtreding van deze regels staat een boete. Insolvente overtreders riskeren verbanning. De lokale overheden dienen te zorgen voor voldoende brandladders, vuurhaken en blusemmers. Herbergiers dienen 's nachts hun schuren te sluiten, opdat er geen zwervers in overnachten. De gerichtsboden worden vermaand naarstiger te zijn in hun toezicht op de naleving der wetten.
    Plaats van uitvaardigingRoermond
  • ROYALE DEPÊCHE TERZAKE VAN HET AANSLAAN EN ARRESTEREN VAN EFFECTEN TOEBEHOREND AAN DE ONDERDANEN VAN DE PRINS-BISSCHOP VAN LUIK

    (Het decreet is gebruikt als pressie-middel om de Prins-Bisschop te dwingen gezanten aan te wijzen voor een conferentie, te houden in Brussel, om een einde te maken aan de heffing van de zestigste penning, een Luikse belasting op de Maashandel. De tekst van de depêche is niet in P 7 geregistreerd).
    Plaats van uitvaardigingWenen