• Reglement ter zake van de competentieverdeling tussen de gerechten van Pruisisch Opper-Gelre in de graden van eerste aanleg, appel en revisie (Instantiereglement)

    Op verzoek van de Staten van Pruisisch Opper-Gelre besluit Frederik II dat de Codex Fridericianus aldaar niet wordt ingevoerd. Het Gelderse Land- en Stadsrecht ( GLS) blijft van kracht. Wel acht hij het noodzakelijk nieuwe voorschriften te geven voor het hoger beroep. Dit zgn. instantiereglement maakt onderscheid tussen herziening van de vonnissen van het Hof van Gelre zelf (grote revisie) en de herziening van vonnissen van subalterne schepenbanken (appel). Voor grote revisie komen in aanmerking zaken, die in eerste instantie bij uitsluiting onder de competentie van het Justizhof vallen, te weten processen over koninklijke lenen, lijfgewinsgoederen en keurmedige goederen, bezitsacties betreffende geestelijke beneficiën, rechtsvorderingen tegen edelen of koninklijke beambten, waaronder ook scholtissen, griffiers, secretarissen, burgemeesters en schepenen der steden gerekend dienen te worden. Indien men grote revisie wil instellen, dient men zich te wenden tot de (vier) revisie-commissarissen te Kleef, die na bestudering van de stukken tezamen met drie raadsheren uit het Hof van Gelre, die niet bij het te herziene vonnis betrokken waren uitspraak zullen doen. De revisie-commissie moet worden geacht niet in strijd te zijn met de constitutie ( beginsel van binnenlandse rechtspraak). Herziening vindt plaats ex iisdem actis. Ter voorkoming van nodeloze kosten is in veel gevallen het instellen van grote revisie niet toegestaan (art. 8). In geval van overtreding riskeren aanlegger en advocaat boete of gevangenisstraf. Vergelijkbare voorschriften worden gegeven ten aanzien van de herziening van vonnissen van subalterne gerechten. Bij uitzondering is het mogelijk na het instellen van appel, door het instellen van grote revisie in derde instantie te procederen. Veel aandacht wordt besteed aan de vormvereisten van de sententie, en de totstandkoming van vonnissen. De voorbereiding van het vonnis wordt toevertrouwd aan referent en coreferent. Deze moeten een relaas vervaardigen, bestaande uit facti species, genus actionis, historia processus, rationes dubitandi, rationes decidendi, dubia, votum en sententia. De kanselier dient er op toe te zien, dat de raadsheren in vrijheid hun mening kunnen geven ("vrij votum"). De raadsheren kunnen desgewenst hun afwijkende mening -- dissenting opinion -- aan het vonnis doen toevoegen. De vonnissen moeten gemotiveerd zijn (art. 18-24). Het reglement geeft verder voorschriften i.v.m. de kosten van de appel- en revisieprocedure. Bovendien worden procureurs -- als zijnde schadelijk voor het publiek -- verboden (art. 26). Alleen zeer bekwame procureurs komen eventueel voor toelating tot advocaat in aanmerking.
    Plaats van uitvaardigingBerlijn
  • Edict ter zake van de muntcirculatie

    Ter aanvulling op (? 1750-07-14), (? 1750-11-25), (? 1751-08-09) en (? 1751-12-03) wordt een nadere toelichting gegeven over de vraag welke gouden en zilveren speciën en welke pasmunt in de Pruisische landen als wettig betaalmiddel mogen circuleren. De verordening bevat voorschriften voor de koninklijke kassen, tollen en andere ontvangers, de vermelding van courant geld in wisselbrieven en obligaties, de omzetting van schulden naar courant geld, de verplichting van bankiers, kooplieden en handelslui om transacties in courant geld te verrichten etc. In het edict is een overzicht opgenomen van courant goud- en zilver geld, alsmede van de speciën die aan de circulatie onttrokken worden. Tenslotte bevat het edict uitvoeringsmaatregelen.
    Plaats van uitvaardigingBerlijn
  • Edict ter zake van de muntcirculatie

    In aanvulling op (? 1751-08-09), waarin is bepaald welke gouden en zilveren munten wettig betaalmiddel zijn in de Pruisische landen, worden thans voorschriften gegeven over de circulatie van pasmunt. Vreemde pasmunt mag niet in omloop worden gebracht, slechts Pruisische, Kleefse en Silezische pasmunt kan in betaling worden aangenomen. Invoer van verboden pasmunt wordt gestraft met confiscatie, tenzij zij zij bestemd zijn voor omsmelting in de koninklijke munthuizen. Het is nadrukkelijk verboden spinners, wevers, dagloners diensboden, handwerkslieden, knechten en dergelijke in verboden munt uit te betalen. Overtreding wordt gestraft met viervoudige boete.
    Plaats van uitvaardigingBerlijn
  • Edict ter zake van Saksische obligaties

    Het edict van 30 april 1748 (? 1748-05-08) ten vervolge wordt het vebod op speculatie in obligaties ten laste van de Keur-Saksische Ober-Steuer-Casse herhaald.
    Plaats van uitvaardigingBerlijn
  • Rescript ter zake van het wisselrecht en de muntciruclatie

    Art. 27 van het nieuwe edict ter zake van het wisselrecht(? 1751-01-30) ten vervolge, wordt bepaald, dat in Priisisch Opper-Gelre geen wissels luidende in Hollands geld mogen worden geaccepteerd, aangezien de munt te Kleef voldoende capaciteit heeft om in goed Pruisisch geld te voorzien.Een uitzondering wordt gemaakt voor de Rijn- en Maas- tollen, die nog in Hollands geld voldaan mogen worden. Het edict bevat tevens nadere voorschriften over de toepassing van (? 1750-07-14) en (? 1751-08-09).
    Plaats van uitvaardigingBerlijn
  • Edict ter zake van de muntcirculatie

    Het muntedict (? 1750-07-14) ten vervolge, wordt bekend gemaakt, welke Duitse gouden en zilveren munten in de Pruisische landen als wettig betaalmiddel zullen worden toegelaten; daarnaast wordt voor een aantal andere muntsoorten nadrukkelijk aangegeven, dat zij niet langer in circulatie mogen worden gebracht. Deze muntsoorten kunnen ter omsmelting worden aangeboden aan de koninklijke munthuizen.
    Plaats van uitvaardigingBerlijn
  • Edict ter zake van het studeren aan binnenlandse universiteiten, gymnasia en scholen

    (? 1749-10-14) ten vervolge, wordt opnieuw verordend, dat landskinderen enkel aan inheemse universiteiten, gymnasia en scholen mogen studeren, indien zij althans in aanmerking willen komen voor civiele of geestelijke ambten, of voor functies als kwartiermeester of auditeur. Adellijke personen die dit voorschrift in de wind slaan zullen coform (? 1748-01-16) met confiscatie van hun goederen worden gestraft. Het staats-ministerie, de landsregeringen, justitie-colleges, krieges- und Domänekammern etc. dienen op de naleving van de verordening toe te zien.
    Plaats van uitvaardigingBerlijn
  • Verordening ter zake van het slachten van vee

    Om te voorkomen dat slachters het veelicent ontduiken, dienen zij alvorens te slachten aangifte te doen bij het licentkantoor van het district alwaar zij woonachtig zijn. Nalatigheid wordt gestraft met een boete, waarvan een derde deel voor de aanbrenger; indien er sprake is van uit het buitenland ingevoerd vee, waarover niet de vereiste rechten zijn betaald, dan wordt het desbetreffende vee geconfisqueerd.
    Plaats van uitvaardigingGeldern
  • Verordening ter zake van de administratie van het landlicent in Pruisisch Opper-Gelre

    De indeling van licentkantoren (? 1746-12-10) wordt met ingang van Drievuldigheidszondag 1751 aangepast. In 22 artikelen wordt omschreven welke dorpen en gehuchten tot het ressort van welk licentkantoor behoren. Licentkantoren zijn voorzien te Geldern, Straelen, Wachtendonck, Aldekerck, Tönisberg, Reurdt, Rayen, Capellen, Kevelaer, Well, Bergen. Afferden, Middelaar, Broekhuyizen, Geysteren, Venray, Horst, Helden, Kessel, Baarlo, Lobberich, Grefrath en Vierssen.
    Plaats van uitvaardigingGeldern
  • Verordening ter zake van het gebruik van de voorspan

    De Commissio Regia verordent, dat men voor het vervoer van recruten geen gebruik mag maken van voorspan. Recruten en hun escorte dienen te voet te reizen. Een uitzondering wordt gemaakt voor zieke recruten en indien recruten van vrouw en kinderen vergezeld gaan.
    Plaats van uitvaardigingGeldern
  • Vernieuwde verordening over het wisselrecht

    Ter bevordering van de handel en met het oog op een prompte justitie heeft Frederik II de verordeningen ter zake van het wisselrecht in de Pruisische landen, alsmede in Silezië en het graafschap Glatz laten doorlichten en van dubia laten ontdoen. In 71 artikelen wordt een uitvoerige regeling gegeven ter zake van het wisselrecht. De regeling gaat o.a. op de vraag welke personen aan het wisselrecht onderworpen zijn, handelingsbekwaamheid, handlichting, rechtshandelingen aangegaan door voogden en curatoren, minderjarigheid, geestelijken, vrouwen; op welke wijze men in wisselzaken dient te procederen, welke termijnen daarbij in acht genomen moeten worden, alsmede mogelijkheden voor het opwerpen van excepties; uitzonderingen voor speelschulden; hoger beroep in wisselzaken etc.
    Plaats van uitvaardigingBerlijn
  • Edict ter zake van diefstal met geweld en straatroof

    Diefstal met geweld en straatroof gepleegd door benden of in vereniging dienen conform de criminele rechten gestraft te worden met de doodstraf, of ten minste met eeuwige vestingstraf, dan wel dwangarbied in tuchthuizen of spinhuizen.
    Plaats van uitvaardigingBerlijn
  • Verordening ter zake van de verkoop van paardenhaar en varkenshaar

    Aangezien de handel in paardenhaar en varkensborstels per 8 september 1750 voor de duur van zes jaar verpacht is, en bovendien is bepaald, dat deze verpachting niet ten nadele mag strekken van inheemse pruikenmakers in Pruisisch Opper-Gelre, wordt aan de bedienden van het koninklijke landlicent opgedragen erop toe te zien, dat vreemde handelaren zich niet met de handel in paardenhaar en varkensborstels inlaten.
    Plaats van uitvaardigingGeldern
  • Edict ter zake van de bestraffing van openbare geweldpleging

    Ter bescherming van de ingezetenen, zowel in hun woningen als op de landsstraten, dient openbare geweldpleging met levenslange vestingsarbeid gestraftte worden, tenzij de omstandigheden zodanig waren dat de doodstraf de voorkeur verdient. Deze maatregel dient ervoor recidive te voorkomen. Ook moeten handlangers die op wacht stonden op deze manier worden gestraft.
    Plaats van uitvaardigingBerlijn
  • Rescript ter zake van de beëdiging van rechterlijke officieren, schepenen en secretarissen

    Conform het reglement van 19 juni 1749 (? 1749-06-19) wordt het jurisdictieheren en gerechten verboden nieuwe rechterlijke officieren en schepenen te beëdigen, alvorens zij door het Hof zijn geëxamineerd en geschikt bevonden.
    Plaats van uitvaardigingGeldern
  • Verordening ter zake van diefstalpreventie

    In de steden en ambten van Staelen en Wachtendonk dient regelmatig door nachtwachten gepatrouilleerd te worden. Indien deze burgerwachten onraad constateren dienen zij de verdachten aan te houden en aan de burgerlijke overheid over te dragen. De lokale beambte dient de nachtwacht regelmatig te inspecteren en van die visitatie drie maandelijks verslag te doen. Leden van de nachtwacht die zich aan hun verplichtingen onttrekken riskeren een boete van drie goudgulden. De nachtelijke patrouilles dienen de bepalingen van (? 1725-04-19) ter bestrijding van vagebonden in acht te nemen.
    Plaats van uitvaardigingGeldern
  • Vernieuwd edict ter zake van het studeren aan binnenlandse universiteiten

    Het edict (? 1749-10-14) wordt herhaald. Onderdanen en vasallen die in de abtelijke dienst carrière willen maken moeten zich niet alleen voor de schijn aan binnenlandse universiteiten immatriculeren, maar hun studiën aldaar ook werkelijk volbrengen. De hoogleraren dienen daarop toe te zien alvorens hen een testimonium te geven.
    Plaats van uitvaardigingBerlijn
  • Circulaire order ter zake van de confiscatie van het vermogen van deserteurs en dienstweigeraars

    (? 1743-06-12) en (? 1749-09-24) ten vervolge worden nadere voorschriften gegeven voor de confiscatie van het vermogen van deserteurs. Deserteurs dienen alvorens hun vermogen in beslag genomen wordt eerst driemaal gedaagd te worden vooor de krijgsraad van hun regiment, alvorens zij als deserteurs worden aangemeld bij het General-Ober-Finanz-Krieges-und Domänen-Directorium en het General-Auditoriat. In het geval het recruten en pas ingelijfden betreft, deze dienen vier maal te worden geciteerd, alvorens mag worden aangenomen dat zij willens en wetens gedeserteerd zijn. Hun citatie dient niet alleen door de militaire overheid te geschieden, maar ook door de burgerlijke overheid in hun woonplaats.
    Plaats van uitvaardigingBerlijn
  • Rescript ter zake van brandgevaar

    Alle metselaars en timmermannen moeten een eed afleggen voordat zij worden aangenomen. Zij moeten zweren nooit meer een gebouw te bouwen waarbij de balken over en onder de schoorstenen, openhaard en ventilatie openingen van de oven niet zijn weggezaagd en behoorlijk ingemetseld, waardoor het brandgevaar wordt weggenomen. Verder moeten zij zweren dat zij bij inspecties op brandgevaar op deze zaken letten en direct aangeven wanneer er sprake is van overtredingen. Op deze manier kunnen de eigenaars worden verplicht om zulke fouten te herstellen, of geen vuur meer te maken. Dit alles moet bekend worden gemaakt aan alle werkers in de bouw, alsmede aan de bouw organisaties in de steden en aan de concurrerende handwerkers op het platte land. Er moet op worden gelet dat deze bepalingen volledig worden nageleefd.
    Plaats van uitvaardigingBerlijn
  • Verordening ter zake van de uitvoer van graan

    (? 1749-12-30) ten vervolge wordt de uitvoer van granen uit Pruisisch Gelre verboden. Ambtenaren van in- en uitgaande rechten, magistraten, schepenen en gezworenen, alsmede koninklijke tollenaars en douanebemanten dienen op de naleving van het uitvoerverbod toe te zien, op straffe van in het geval van nalatigheid zelf voor de boete ansprakelijk te zijn. Het verbod dient op de gebruikelijke wijze gepubliceerd te worden, en bovendien door de rotmeesters bekend gemaakt te worden.
    Plaats van uitvaardigingGeldern
  • Rescript ter zake van brandpreventie

    Alle metselaars en timmermannen moeten onder ede beloven geen gebouwen te bouwen waarbij de balken over en onder de schoorstenen, openhaard en ventilatieopeningen van de oven niet zijn weggezaagd en behoorlijk ingemetseld, waardoor het brandgevaar wordt weggenomen. Verder moeten zij zweren dat zij bij inspecties op brandgevaar op deze zaken letten en direct aangeven wanneer er sprake is van overtredingen van de bouwvoorschriften.
    Plaats van uitvaardigingBerlijn
  • Verordening ter zake van ketellappen en koperhandel

    Op 1 juli 1749 is een contract gesloten met Peter Janssen en Henrich van Ham, wat bepaald dat van 1 januari 1750 tot het Triniteitsfeest in 1756 de koperhandel en het ketellappen aan hen verpacht is. Hen is daarbij toegezegd dat niemand gedurende deze pachtperiode mag handelen met koper of mag ketellappen zonder daarvoor behoorlijk gekwalificeerd te zijn. Verder is hen toegezegd, dat wanneer inwoners met zulke lieden handelen, koperwerk ruilen of huren of hun oud koper door hen laten lappen, hun koperwerk geconfisqueerd zal worden en zij de straffen opgelegd krijgen die zijn bepaald in (? 1739-12-10). De helft van de boete zal toekomen aan de pachters, de andere helft aan de jurisdictieheer. Indien deze nalatig blijft de boete te vorderen, mag de pachter aangifte doen bij het officie-fiscaal,in welk geval de boete toekomt aan de exploitenkas.
    Plaats van uitvaardigingGeldern
  • Edict ter zake van het studeren aan binnenlandse universiteiten

    Zijne majesteit constateert, dat eerdere verordeningen, die ingezetenen verplichting aan inheemse universiteiten te studeren niet voldoende worden nageleefd. Hij bepaalt daarom, dat aldegenen die in openbare dienst carrière willen maken, aan binnenlandse universiteiten dienen te studeren, en daarvan een testimonium moeten kunnen overleggen. De hoogleraren dienen erop toe te zien, dat de geïmmatriculeerde studenten zich als werkelijke studenten gedragen en hun verplichtingen nakomen.
    Plaats van uitvaardigingBerlijn
  • Vernieuwd edict ter zake van het verstrekken van geldleningen aan personen die onder ouderlijk gezag, voogdij of curatele staan

    In het kader van de herziening van verordeningen die door zijn voorgangers zijn uitgebracht, hernieuwt Frederik II het verbod om zonder toestemming van ouder, voogd of curator, leningen te verstrekken aan minderjarigen of curandi, op straffe van confiscatie van het dubbele van de verstrekte lening. Driekwart van de boete valt toe aan het Potsdamse weeshuis, het vierde kwart is voor de denunciant.
    Plaats van uitvaardigingBerlijn