• ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE WERVING VAN MILITAIREN VOOR VREEMDE MOGENDHEDEN

    De landvoogdes verbiedt onder verwijzing naar (?1672-08-01) het ronselen van militairen voor vreemde mogendheden, indien men niet beschikt over speciale permissie. Ronselaar, zowel als geronselde, riskeren de doodstraf en confiscatie van hun goederen.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN BEDELAARS EN VAGEBONDEN

    Alle bedelaars en vagebonden van uitheemse origine dienen binnen twee weken het land te verlaten, op straffe van geseling bij de eerste overtreding en arbitraire straffen bij elke volgende overtreding. Inheemse leeglopers moeten zich naar hun woonplaats begeven, of naar een andere plaats waar zij door hun huwelijk woonrecht hebben verworven. Indien zij fysiek geschikt zijn voor arbeid, zullen zij binnen één maand werk moeten vinden, op straffe van water en brood. Indien zij er vervolgens nog niet in slagen werk te vinden, zullen zij worden verbannen, op straffe van geseling en arbitraire correctie. Bejaarde en gebrekkige bedelaars mogen bedelen in hun geboorteplaats, mits zij zijn voorzien van een attest van de pastoor en de armenmeesters. Bedelen elders wordt gestraft met zes weken water en brood. Wethouders, pastoor en armenmeester moeten een lijst van bedelaars bijhouden. Elke stad, dorp, of parochie dient te beschikken over een "tafel des caritaets". Om deze vorm van armenzorg te bekostigen mag men in het uiterste geval verlof vragen voor een hoofdelijke omslag. Bedelaars moeten zich strikt aan de lokale armenreglementen houden.* Het is verboden aalmoezen te verstrekken aan anderen dan de geregistreerde bedelaars en aan pelgrims op doorreis. De rechterlijke officieren moeten regelmatig laten patrouilleren langs de grote wegen. Gearresteerde vagebonden moeten worden overgedragen aan de justitie ter plaatse van hun aanhouding. De officieren moeten zich daartoe door het luiden van de klok verzekeren van de bijstand der ingezetenen. De verordening moet op 2 februari 1734 worden gepubliceerd.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN DE VERKOOP VAN AMBTEN

    De verordening behelst de vernieuwing van de verordening van 2 mei 1626 (?1698-07-30_2). Het is personen, die ambtshalve bevoegd zijn tot de collatie van enig ambt, niet geoorloofd dat ambt te verkopen of te verpanden, danwel enige recognitie voor de begeving ervan te aanvaarden. Ambten die tegen betaling zijn verworven worden geacht ipso facto vacant te zijn, evenals het ambt van de collator. In elke commissiebrief dient de zuiveringseed (eed van niet te hebben gegeven) te worden opgenomen. In elk ressort moet de griffier van het provinciale hof aantekening houden van substitutie, resignatie of verkoop van ambten. Stadhouders en andere hoge ambtenaren mogen naast hun gewone salaris geen betalingen in geld of natura vergen van de bevolking bij wijze van emolument.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN ILLEGAAL WAPENBEZIT

    De verordeningen van 22 juni 1589 (PV 2.169), 31 januari 1614 (PV 2.710) en 16 october 1640 (PV 4.125) ten vervolge, behelst de verordening een integraal verbod van het dragen en gebruiken van zakpistolen, vuurwapens vermomd als stokken of steekwapens. De verordening voorziet in diverse straffen, al naar gelang men dergelijke wapens slechts bezit, ermee dreigt, er iemand mee verwondt, of er iemand mee doodt. De straffen variëren van een geldboete, water en brood of tepronkstelling met een ijzeren halsband, via geseling, geseling onder de galg en een brandmerk, tot eeuwige verbanning, confiscatie van goederen en de dood door de strop. Indien de opbrengst van de confiscatie niet voldoende is om de schuld te delgen, wordt verbanning als supplementaire straf opgelegd. De verordening heeft afschaffende werking ten aanzien van contrariërende bepalingen van costumier recht. Slagers mogen onder bepaalde voorwaarden voor hun ambacht gebruik maken van gepunte messen. Andere bezitters van dergelijke messen moeten de punt ervan verwijderen. Herbergiers dienen messentrekkers over te leveren aan de justitie. De rechterlijke officieren moeten van tijd tot tijd huiszoeking doen naar verboden wapens. Boeten die krachtens dit plakkaat zijn opgelegd, zijn onmiddellijk executabel. Bezwaar kan slechts worden aangetekend nadat de penningen zijn gestort (na "namptissement" der penningen). De rechterlijke officieren mogen geen schikking treffen met overtreders, op straffe dat hierin te hunner laste zal worden voorzien.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET TOEZICHT OP DE DRUKPERS

    Wegens de schandaleuze strekking van de periodiek, wordt de twee maal per week verschijnende "Gazette d'Utrecht" van H.P. de Limiers in de Zuidelijke Nederlanden verboden. Directeuren der posterijen mogen exemplaren van de gazet niet laten passeren. Boekhandelaren en houders van koffiehuizen mogen het blad niet ter inzage leggen. Personen die het blad onder couvert ontvangen moeten de exemplaren onmiddellijk ter hand stellen aan de hoofdofficier ter plaatse of aan de raad-fiscaal.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE HUUR VAN (POST-)PAARDEN

    Ten behoeve van de posthouders in de grote steden wordt het de paardenverhuurders rondom de grote steden verboden paarden te verhuren aan reizigers, tenzij die tenminste één overnachting hebben doorgebracht in de woonplaats van de verhuurder. Posthouders en hun koeriers dienen, evenals andere reizigers, langs de grote wegen en door de steden te reizen op straffe van een forse geldboete. Indien een koetsier door zijn passagiers is gedwongen van de grote weg af te wijken, dan zal de boete op de passagiers worden verhaald. Meesters zijn verantwoordelijk voor de overtredingen van hun knechten. Indien men bezwaar wenst aan te tekenen tegen de boete, moet daarover de plano en zonder vorm van proces worden recht gedaan door de burgemeester of eerste schepen van de meest nabijgelegen plaats. Appèl valt op de voltallige magistraat. Borgstelling is dan vereist.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN CONTRABANDE EN PAARDEN

    Militairen en kooplieden mogen geen contrabande of paarden uitvoeren, op straffe van een boete van honderd gulden en confiscatie van hun koopwaar. Indien men goederen, waarvan de uitvoer is toegestaan, wil transporteren per paard, dan moet men zekerheid stellen bij het kantoor van in- en uitgaande rechten, dat het paard niet aan gene zijde van de grens zal worden verkocht. De rechterlijke officieren moeten een lijst opstellen van alle paarden in hun district. Het is "roskammers" (paardenhandelaren) verboden hun voorraad te weiden binnen vier mijl van de grenzen.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE VRIJDOM VAN WACHT

    Personen die een ambt of functie bekleden waaraan vrijdom van wacht is verbonden, verliezen de aanspraak op dit privilege, indien zij tegelijkertijd handel drijven of er een nering op na houden.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE UITVOER VAN BOUWMATERIALEN

    ( 1727-04-03) ten vervolge, wordt nogmaals de uitvoer van bomen, palissaden, balken en dergelijke, die geschikt zijn voor de constructie van fortificati‰n, dijken en gebouwen, verboden. De uitvoer van brandhout blijft geoorloofd.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE INSTRUCTIE VAN STRAFPROCESSEN TEGEN VOORTVLUCHTIGE VERDACHTEN

    De landvoogdes verklaart dat voortaan de artikelen 53, 54 en 56 van de Criminele Ordonnantie op de stijl van procederen van 9 juli 1570 (PB 2.399) strikt onderhouden moeten worden. Dit impliceert dat een voortvluchtige verdachte, die drie maal bij edict is geciteerd en ten overvloede nog een vierde maal is gedaagd, maar aan deze oproepen geen gehoor heeft gegeven, als contumax (wederspannige) bij verstek veroordeeld zal worden. Na de vierde "proclama" (roep) zal de officier zijn "intendit" (criminele eis) mogen overleggen. De rechters dienen hem vervolgens toe te laten "ten thoon" en tot het "produceren" en "recolleren" van getuigen. De voortvluchtige mag niet opnieuw worden geciteerd.* Om het laatstgenoemde onmogelijk te maken van "reprochiën" te dienen - d.w.z. de getuigen te wraken - zullen hun namen niet worden gepubliceerd. Nadat het proces op deze wijze is geïnstrueerd, zullen de rechters zonder verdere vertraging moeten sententiëren.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN ADELSTITELS EN ADELLIJKE PRIVILEGES

    De verordening van 14 augustus 1734 (ROPBa 3.4.557) waarvan de uitvoering voorlopig was opgeschort ten vervolge, wordt bepaald dat al degenen, die zich adelsbrieven hebben verworven van andere instanties dan de Hoge Raad der Nederlanden te Wenen, hun patenten ter bevestiging mogen aanbieden aan deze instantie. Bij wijze van uitzondering zal voor de confirmatie van de patenten slechts de helft van de leges worden geheven, die er krachtens de verordening van 2 october 1637 (PV 3.1395) verschuldigd geweest zouden zijn. Deze reductie blijft van kracht totdat een nader reglement terzake zal zijn uitgevaardigd.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET TOEZICHT OP DE DRUKPERS

    Zijne Majesteit gelast de intrekking van (? 1734-06-07) terzake van de verspreiding van de Utrechtsche Gazette.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN "INTERDICTEN" OF "PROVISIONELE SURCEANTIËN" VAN PROCESSEN

    Degene die provisionele surceantie van een proces heeft verkregen om advies te vragen van een hogere rechter, is gehouden, indien het advies is verzocht van rechters in Limburg, Luxemburg of Gelre, binnen drie weken nadat het advies is "geëxpedieerd" het advies ter griffie te lichten en het aan de subalterne rechter te bezorgen, op straffe dat anders de schorsing van de procedure ongedaan gemaakt zal worden.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE EN DECLARATIE TERZAKE VAN DE ONTBINDING VAN ONVRIJWILLIGE CONTRACTEN

    Bij wijze van interpretatie van art. 29 van het Eeuwig Edict van 1611 (PB 4.527) wordt ter bescherming van minderjarigen bepaald, dat zelfs indien zij vroegtijdig handelingsbekwaam zijn geworden door hun huwelijk of door het aanvaarden van een ambt, ook voor hen de regel geldt dat de tienjarige termijn, waarbinnen een onvrijwillig aangegaan contract geannuleerd kan worden, pas ingaat op het moment dat de minderjarige contractant "de volle ouderdom van 25 jaren compleet" heeft bereikt.
    Plaats van uitvaardigingWenen
  • DECREET (a) AANGAANDE DE AFKONDIGING VAN HET PLAKKAAT (b) TERZAKE VAN DE ORGANISATIE VAN DE MILITAIRE JUSTITIE

    De verordening voorziet in de opheffing van alle militaire privileges en van alle militaire tribunalen in de Nederlanden, die bestaan krachtens anterieure ordonnanties en reglementen. Een nieuwe rechterlijke organisatie neemt hun plaats in. Men kan voortaan twee klassen van militaire justiciabelen onderscheiden: militairen der eerste klasse, namelijk zij die rechtstreeks ten laste komen van de keizerlijke krijgskas en militairen der tweede klasse, namelijk zij die ten laste komen van de Raad van Financiën. Ten behoeve van de militairen van de tweede klasse wordt een luitenant-auditeur-generaal benoemd. Deze moet zich in civiele zaken richten naar de militaire artikelbrieven (zoals die gelden voor de militairen van de eerste klasse) en het Romeins recht. Criminele processen van militairen der eerste klasse worden ge9nstrueerd door krijgsraden. Vonnis wordt gewezen door de keizerlijke Hofkrijgsraad. Militaire delicten van soldaten der tweede klasse zullen via de landvoogd aan de Hofkrijgsraad worden doorgegeven. Niet-militaire criminele en civiele delicten van deze klasse van justiciabelen zullen, na instructie door de krijgsraden, worden afgehandeld door de landvoogd, met assistentie van een speciale junta. Ten behoeve van de militaire strafrechtspleging zullen de verordeningen terzake van duellen, gegeven te Ebersdorf, 23 september 1682 en de penale en criminele ordonnanties van Karel V (Constitutio Criminalis Carolina) in het Frans en Vlaams worden vertaald. In eerste instantie zal men zich bij de instructie van processen naar deze verordeningen richten, met recours op de oude Nederlandse militaire wetgeving en tenslotte op het Romeinse recht. De verhouding tussen de krijgsraden en provinciale hoven van justitie op het stuk van de delicten die traditioneel tot de competentie van de hoven behoren wordt geregeld. Naast strafrechtelijke zaken worden onderwerpen van meer privaatrechtelijke aard aan de orde gesteld. De ordonnantie voorziet in speciale regelingen terzake van erfenissen van militairen: inventarissen en boedelbeschrijvingen zullen worden bewaard door de luitenant-auditeur-generaal. Er worden voorzieningen getroffen voor het aanstellen van mombers voor militaire wezen. Weduwen van militairen behouden het militair statuut, totdat zij door huwelijk met een burger van status veranderen. Voor zover zij handel drijven, vallen processen dienaangaande onder de burgerlijke rechter. De verordening behelst bepalingen terzake van huwelijkse voorwaarden van militairen, het instellen van reële actiën met betrekking tot onroerend goed, de vervolging van schuldenaren die dienst nemen om hun crediteuren te ontgaan, en bepalingen met betrekking tot criminelen die militair worden om zich aan hun competente rechter te onttrekken. Het wordt rentmeesters en thesauriers verboden zoals ook ten tijde van Karel II reeds verboden was arresten aan te nemen op de gage, of de onroerende goederen van militairen, anders dan krachtens sententie van de competente militaire rechter. Er worden voorzieningen getroffen voor de betaling van de luitenant-auditeur-generaal, zijn griffiers, "alguazils" (deurwaarders) en suppoosten; terwijl ook zijn plaats in de militaire hiërarchie wordt gedefinieerd. Voor de revisie van vonnissen van de krijgsraad wordt een speciale junta aangesteld onder voorzitterschap van de opperbevelhebber der strijdkrachten. De wijze waarop rechtsingang kan worden verkregen bij deze "Jointe suprême aux Pays Bas" en hoe men moet procederen tot cassatie, wordt uiteengezet. De landvoogdes is bevoegd om voorzieningen te treffen met betrekking tot hetgeen onverhoopt niet geregeld zou mogen blijken te zijn.
    Plaats van uitvaardigingWenen
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    De verordening behelst een verbod van het in omloop brengen van gouden "Carolienen", wegens variaties in de intrinsieke waarde van de onder deze verzamelnaam begrepen munten. Naast de gewone straffen, die voor alle overtreders gelijkelijk van toepassing zijn, voorziet de ordonnantie in speciale straffen voor winkeliers, groothandelaren en bankiers. Zij riskeren een verbod hun beroep nog langer uit te oefenen. Ouders zijn verantwoordelijk voor de overtredingen van hun kinderen, bazen voor die van hun knechten en domestieken. Het invoeren of verzamelen van Carolienen wordt gestraft als publieke diefstal. Schippers en voerlui die hun medewerking verlenen aan clandestiene invoer riskeren confiscatie van schepen en andere transportmiddelen en bovendien van de goederen die gebruikt zijn om de smokkelwaar te bedekken. Ook het verzwijgen van overtredingen is strafbaar. Aangifte wordt beloond met de helft van de baten der confiscatie. De thans nog aanwezige Carolienen moeten binnen zes weken zijn uitgevoerd.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • PLAKKAAT TERZAKE VAN HET VERKOPEN OF VERVREEMDEN AAN BUITENLANDERS VAN STUKKEN GROND OF LENEN, GELEGEN OP DE GRENZEN VAN DE OOSTENRIJKSE NEDERLANDEN

    De verordening herhaalt de integrale tekst van de verordening van Karel V van 27 augustus 1539 (ROPBa 2.4.135) voor de inwoners van Luxemburg en Chiny en van (?1730-07-31), een plakkaat met algemene gelding in de Oostenrijkse Nederlanden.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • Ordonnantie terzake van de uitwisseling van misdadigers

    Op basis van wederkerigheid moeten uit Frankrijk afkomstige zware misdadigers, die volgens het Romeins recht en de plakkaten niet voor asiel in aanmerking komen, worden aangehouden en overgeleverd aan de officieren van de Franse koning. De verordening heeft vooral betrekking op moordenaars, dieven, brandstichters, en struikrovers. In geval van twijfel moet de lokale magistraat zich eerst in tot Brussel wenden, alvorens tot uitlevering over te gaan.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • DECLARATIE TERZAKE VAN DE STRAFBAARHEID VAN DELICTEN, DOOR NIET- MILITAIREN BINNEN FORTIFICATIËN GEPLEEGD

    Het plegen van delicten door niet-militairen binnen fortificatiën moet worden beschouwd als verzwarende omstandigheid. De normale geldboete die bij de overtreding past moet worden verdubbeld. Lijfstraf zal worden verzwaard.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN LOTERIJEN

    Ten gunste van de loterijen die door de Staten van Brabant worden georganiseerd, worden alle andere loterijen in de Oostenrijkse Nederlanden verboden op straffe van verbeurte van de ingelegde gelden en een boete van duizend gulden. Uitvaardiging van deze verordening blijkt nodig, omdat het plakkaat van 10 juli 1736 (ROPBa 3.5.113), waarbij alleen nieuwe loterijen werden verboden, maar de reeds bestaande konden blijven, nog niet is gepubliceerd, terwijl de inhoud ervan reeds bekend is geraakt. Dientengevolge zijn veel nieuwe loterijen opgericht, die dan voor wat betreft het plakkaat van 10 juli 1736 als reeds bestaand zouden gelden.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE MUNTCIRCULATIE

    Onder verwijzing naar (?1736-05-28) wordt nogmaals de invoer van gouden Carolienen verboden. De invoer van "Kopstucken", halve guldens & vijfentwintig kreutzers, gangbaar in de Bovenrijnse Kreits, wordt eveneens aan banden gelegd. Naast de gebruikelijke straffen voor overtreders behelst de verordening straffen voor nalatige officieren. De onderdanen van Zijne Majesteit krijgen zes weken respijt om zich van de verboden munten te ontdoen.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET TOEZICHT OP DE DRUKPERS

    Op last van de landvoogdes wordt het boekwerkje "Bericht van de snoode onderneming en vrouweroof gepleeght door den bisschop van Roermonde aan K.A. van Hartzheim, huysvrouwe van J.F. d'Eysschen, heer van Triest, etc.", gedrukt te 's-Gravenhage, 1737, verboden als schadelijk voor het publiek en lasterlijk ten opzichte van de Heilige Stoel. Het boek zal door beulshanden in het openbaar op de markt te Roermond worden verscheurd en verbrand.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • DIPLOMA TERZAKE VAN DE RECHTERLIJKE EN BESTUURLIJKE ORGANISATIE TE ROERMOND

    Het diploma regelt de samenvoeging van het Hof van Gelre en de magistraat van Roermond tot één lichaam met bestuurlijke, rechterlijke en financiële bevoegdheden, onder de naam van Provinciale Raad van het Hertogdom Gelre. De Provinciale Raad zal bestaan uit een kanselier, twee raden costumier en zeven gegradueerde raden. De Raad zal zitting houden in twee kamers. De eerste kamer, gevormd door de kanselier, de oudste costumiere raad, de twee oudste raden-ordinaris en de raad-fiscaal of momber, is competent voor de bestuurlijke en rechterlijke zaken die voorheen door het Hof werden behandeld. Bovendien is de Raad bevoegd in die zaken waarbij de tweede kamer, als opvolger van de magistraat, partij is. De eerste kamer spreekt recht bij arrest, zonder appèl. Revisie is slechts mogelijk "op propositie van erreur". In een dergelijk geval treden de jongste raad-costumier en vier raden-ordinaris, die niet bij de totstandkoming van het vonnis betrokken zijn geweest, op als reviseurs. Aanvulling van buitenaf is mogelijk als het belang van de zaak zulks vereist, of indien de magistraat partij in het geding is. De tweede kamer vervult de taken die van oudsher aan de magistraat van Roermond en het Hoofdgerecht waren toevertrouwd. Jaarlijks wordt door de voltallige raad een voordracht van drie opgemaakt uit de zes raden ordinaris de raad en momber is van de verkiezing uitgesloten waarvan één door de keizer tot burgemeester zal worden benoemd. De tweede kamer bestaat verder uit de jongste raad-costumier en de drie jongste raden-ordinaris. Voor zover appèl van magistraatsbeslissingen van oudsher mogelijk was, kan men thans in beroep gaan bij de kanselier en andere niet-betrokken raden. De tweede kamer onder leiding van de burgemeester is belast met de "politie" (taken van bestuur) en het beheer van de openbare (stads-) middelen. De kamers vergaderen gezamenlijk, indien de aard der problemen dat vereist. Beide kamers beschikken over een eigen griffier; het overige personeel bestaat uit de ontvanger en vier deurwaarders. Er is een afvloeiingsregeling getroffen voor de door de reorganisatie overbodig geworden raden en schepenen. De ontvanger van de Provinciale Raad moet jaarlijks een bedrag ter grootte van de uitgespaarde salarissen van de voormalige magistraat, secretarissen, ontvangers en deurwaarders van de stad Roermond betalen aan de ontvanger-generaal van het Overkwartier. Indien men binnen het Oostenrijks Overkwartier geen gequalificeerde edelen kan vinden om een vacante plaats van raad costumier op te vullen, dan mag men edelen uit de "gedemembreerde" delen van het Overkwartier daartoe aanzoeken. De Provinciale Raad krijgt het recht van voordracht op dezelfde voet als reeds bij patent van 12 september 1736 (ROPBa 3.5.119) werd toegestaan aan de provinciale hoven van Brabant, Luxemburg, Vlaanderen en Namen. Zijne Majesteit behoudt zich het recht voor om de verordening naar believen aan te passen en te wijzigen.
    Plaats van uitvaardigingWenen
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN DE CONVERSIE VAN RENTEN GEVESTIGD OP DE DOMEINEN

    Zijne Majesteit heeft de Staten van Brabant bereid gevonden om garant te staan voor de betaling van de achterstallige renten ten laste van de domeinen tegen 3,5% interest, mits de achterstallen tot 30 juni 1734 worden kwijtgescholden. De crediteuren van Zijne Majesteit hebben de keuze tussen remboursement van het geleende kapitaal met verlies van de achterstallige rente, opgelopen tot 30 juni 1734, of continuering van de lening tegen een rente van 3,5%. Zij moeten hun keuze vóór 1 juni 1738 kenbaar maken aan de rentmeesters die tot dan toe de rente hebben betaald. Na onderzoek van hun aanspraken door de Rekenkamer, zal door de rentmeesters van Leuven, Brussel, of Antwerpen twee jaar achterstallige rente worden uitbetaald op de oude voet. Zij die na 6 juni van hun voorkeur doen blijken verliezen het recht op de uitbetaling van achterstallige rente tot 30 juni 1734 en krijgen voortaan een rentevergoeding van 3,5%. Zij die krachtens substitutie, fideïcommis, hypotheek of anderszins recht menen te hebben op een aandeel in de uit te betalen rente, moeten daarvan eveneens binnen dezelfde termijn doen blijken. De gebruikelijke bescherming van absenten, wezen, minderjarigen (?1735-11-02), geestelijken, militairen en anderen wordt voor deze gelegenheid opgeheven.
    Plaats van uitvaardigingBrussel
  • ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET RONSELEN VAN MILITAIREN VOOR VREEMDE KRIJGSDIENST

    De verordening behelst strafbepalingen tegen ronselaars zonder keizerlijke permissie en tegen degenen die zich door hen voor de vreemde krijgsdienst laten aanwerven. Recruten die zich binnenlands laten aanwerven riskeren de doodstraf en confiscatie van have en goed. Recrutering buitenlands wordt gestraft met levenslange verbanning en verbeurte van hetgeen de recruut als erfdeel bij testament, of ab intestato zou zijn toegevallen. Deze straffen zullen ten uitvoer worden gelegd, zodra men de hand op de overtreder kan leggen, ook als hij inmiddels de vreemde krijgsdienst zou hebben verlaten. Herbergiers die verzuimen ronselaars die onder hun dak verblijven aan te geven riskeren een boete. De aanbrenger krijgt een aandeel in de opbrengst van de verbeurde goederen, door de rentmeester van de domeinen aan te vullen tot een bedrag van honderd schulden. De instructie van processen tegen ronselaars en hun recruten zal geschieden door de ordinaris rechters van het ressort van aanhouding. De verordening moet jaarlijks twee weken na pasen opnieuw worden gepubliceerd.
    Plaats van uitvaardigingBrussel