ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET DENOMBREMENT VAN SECULIERE VROME STICHTINGEN
Item
Collectie
Oostenrijks Overkwartier
Volgnummer
1787-01-20
Vindplaats
P 16, fol. 24-35, gr. ROPBa 3.13.9
Kopregest
ORDONNANTIE TERZAKE VAN HET DENOMBREMENT VAN SECULIERE VROME STICHTINGEN
Regest
Zijne Majesteit gelast, op straffe van duizend gulden boete, de inventarisatie van doeleinden en middelen van alle seculiere vrome stichtingen, zoals fundaties ten behoeve van wezen, vondelingen, zieken, ouden van dagen, studenten en dergelijke. Verzwegen inkomsten zullen worden geconfisqueerd ten behoeve van de Religiekas. Magistraten en wethouders moeten binnen twee maanden een lijst van alle bekende pieuze fundaties indienen bij het Gouvernement-Generaal.
Wetgevende Instantie
op naam van Joseph II
Plaats van uitvaardiging
Brussel
Datum uitvaardiging
January 20, 1787
Paraaf toezendende instantie
Kulb. vt.
Signatuur
vanwege de keizer en koning
Contrasignatuur
De Reul
Vorm
gedrukt
Taal
Frans, Nederlands
Adviserende Instantie
Geheime Raad
Toezendende instantie
vanwege de keizer en koning
Paraaf, Signatuur, Contrasignatuur toezendende instantie
ter ordonnantie van Zijne Majesteit
Th. de Reul
Uitvoerende instantie
Hof van Gelre
Datum ontvangst
February 21, 1787
Bijzonderheden
Bij declaratie van 12 maart 1787 wordt bepaald, dat buitenlandse geestelijken, die in het bezit zijn van goederen, afhangend van beneficiën in de Nederlanden, deze moeten aangeven volgens het formulier van 4 januari. Voor de overige bezittingen kan met een declaratie "en masse" worden volstaan (P 16, fol. 36-41; ROPBa 3.13.27). Extra exemplaren van de verordening moeten ter hand worden gesteld van de directe belanghebbenden. De verordening wordt middels (?1791-03-16) ongedaan gemaakt.
DJVU Jaar
Oostenrijks_Overkwartier/djvu_1787/p17870120.djvu
OO17870120
Identifier
ark:/27364/e1pMh3M